">

Jokeren

Doel van het spel is om zoveel mogelijk kaarten (punten) kwijt te raken, door hiermee sets of rijen te vormen. Een set bestaat uit drie of vier kaarten van dezelfde waarde, maar verschillende kleuren (harten - ruiten - schoppen - klaver). Een rij bestaat uit minimaal drie kaarten van dezelfde kleur en in oplopende volgorde (aas - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - boer - vrouw - heer - aas). Deze sets en rijen liggen open op tafel.

Elke speler begint met 13 kaarten in zijn hand. De kaarten die overblijven worden gesloten op een stapel gelegd. Om de beurt pakken de spelers de bovenste kaart van deze stapel.

Degene na de gever (degene die de kaarten uitgedeeld heeft) mag de eerste kaart van het stapeltje pakken, daarna een kaart op de weggooistapel leggen. Als iemand een setje heeft van 3 kaart (1e potje), 4 dezelfde (2e potje), 3 + 4 kaart (3e potje), 4 + 5 kaart (4e potje), 5 kaart + 4 dezelfde (5e potje) of 5 kaart alles uit (6e en laatste potje) mag die dat neerleggen. Dit wordt uitkomen genoemd. In een volgende beurt mag deze speler ook bij sets en rijen die door medespelers gevormd zijn, kaarten aanleggen.

De kaartwaardes zijn als volgt:

  • Aas: 11 punten
  • Heer, vrouw en boer: 10 punten
  • Joker: 25 punten
  • 2 t/m 10: op de kaart aangegeven punten

Een joker mag voor iedere kaart worden neergelegd. De speler die dat doet moet wel aangeven voor welke kaart hij de joker heeft gelegd. Een (andere) speler mag de neergelegde joker omruilen voor de oorspronkelijke kaart. Dat mag echter alleen door een speler die al is uitgekomen.

Het spel kan pas eindigen nadat iedere speler één keer aan de beurt is geweest. De speler die in één keer al zijn kaarten (min één) in één of meer sets en/of rijen op tafel kan leggen, is de winnaar. De éne kaart die hij overhoudt, legt hij op het weggooistapeltje.

Puntentelling
De winnaar krijgt 0 (straf)punten. De overige spelers tellen nu het aantal kaarten in de hand.

Op het formulier wordt voor de winnaar een - gezet en voor de andere spelers het aantal kaarten dat is overgehouden. Na vijf beurten wordt een tussentotaal geteld. Er worden in totaal 10 spelletjes gespeeld. Ter controle worden de - en geteld en boven in het formulier gezet.